De bevalling

Wanneer je voor het eerste zwanger bent, kijk je reikhalzend – of misschien een beetje ongerust – uit naar de bevalling. Maar hoe weet je nu wanneer het zo ver is? En hoe verloopt een bevalling?

De bevalling

Er zijn drie ‘voortekenen’ dat de bevalling elk ogenblik kan beginnen:

  • Je verliest een slijmprop, en misschien ook wat bloed.
  • Je vliezen breken en je verliest vruchtwater.
  • Je krijgt een regelmatige terugkerende pijn in je buik en/of je onderrug. Deze pijn kan je vergelijken met menstruatiepijn, maar hij is veel heviger, en keert elke keer heftiger terug.

Een gewone, vaginale bevalling, verloopt in drie fasen:

  • De ontsluitingsfase of ‘arbeid’. Tijdens deze fase wordt de baarmoederhals korter en opent de baarmoedermond zich.  Deze fase duurt het langst.
  • De uitdrijvingsfase of ‘verlossing’. Tijdens deze fase mag je bij elke wee meepersen. Normaal gezien wordt je baby geboren met zijn hoofdje eerst. Het lijkt alsof het hoofde na elke perswee opnieuw naar binnen glijdt, maar op een bepaald moment zal dat niet meer gebeuren. Wanneer je arts of verloskundige merkt dat de huid tussen de vagina en de anus niet genoeg meer kan rekken en dreigt te scheuren, zal hij of zij dat proberen te vermijden door daar een klein knipje in te geven.  Deze wonde wordt na de bevalling opnieuw gehecht. Eens het hoofdje geboren is, volgt de rest vrij snel. Als alles in orde is met je baby, wordt hij dadelijk op je buik gelegd, zodat je hem kan bewonderen en knuffelen.
  • De nageboorte. Je pasgeboren baby is via de navelstreng verbonden met de placenta of moederkoek. Ook die moet ‘geboren’ worden, en daarvoor krijg je naweeën. Die duren zo’n tien tot dertig minuten. Het is erg belangrijk dat de moederkoek volledig is, want eventueel achtergebleven stukjes kunnen gevaarlijke infecties veroorzaken.

bevallingSoms is een vaginale bevalling niet mogelijk, bijvoorbeeld omdat je bekken te smal is of omdat je baby niet met zijn hoofdje naar beneden ligt. In dat geval zal je baby geboren worden met een keizersnede. Je hebt daarin niet echt een keuze, maar in de meeste gevallen weet je dat wel ruim op voorhand, zodat je je daarop kan voorbereiden. Je bevalt dan ook op een vooraf vastgelegd moment.

Soms treden er tijdens een gewone bevalling onvoorziene complicaties op, waardoor de arts besluit om toch nog een keizersnede uit te voeren. Sommige mama’s vinden dat een zware dobber omdat ze zich de bevalling anders hadden voorgesteld. Bij een spoedkeizersnede word je vaak – in tegenstelling tot bij een geplande keizersnede – helemaal onder narcose gebracht, zodat je je niet bewust bent van wat er allemaal gebeurt. Leuk is uiteraard anders, maar denk eraan dat een keizersnede in zo’n geval wel de beste kansen biedt voor jou en je baby.

Alles wat je hier leest, geldt voor de ‘gemiddelde’ bevalling, voor zover die al bestaat. Het is – zelfs voor artsen met vele jaren ervaring – onmogelijk te voorspellen hoe een bevalling precies zal verlopen. Je legt voor een stuk je lot en dat van je baby in iemand anders’ handen. Daarom is het belangrijk dat je je goed voelt bij de mensen die jou, je partner en je baby omringen bij de bevalling.  Of dat in een ziekenhuis is, in een geboortehuis of gewoon thuis is, is jullie persoonlijke keuze. Laat jullie door niemand iets aanpraten of ergens toe dwingen.

Video’s over de bevalling:

https://youtu.be/duPxBXN4qMg